Cliëntmedezeggenschap onderzocht

11 juni 2015
Loes den Dulk

Aandacht voor medezeggenschap
De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) wordt binnenkort aangepast. Ter voorbereiding heeft het Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport het Verweij-Jonker instituut de opdracht gegeven de medezeggenschap van cliënten in de zorg te onderzoeken.
Het onderzoeksrapport is inmiddels naar de Tweede Kamer verstuurd. Ik heb eerlijk gezegd weinig nieuws gelezen in de resultaten en conclusies. Maar goed, een onderzoek maakt die resultaten betrouwbaarder. Als ik het zou gaan vertellen op het ministerie, komt het waarschijnlijk toch niet over.

Onmisbare wettelijke garantie
Een mooie conclusie is dat de WMCZ fungeert als onmisbare wettelijke garantie voor medezeggenschap in de zorg. In het rapport niet benoemd, maar wat mij daarbij opvalt, is dat de wetgever die onmisbare wettelijke garantie voor WMO zorg en ondersteuning wel heeft losgelaten. Dit is kennelijk onder invloed van de decentralisaties gebeurd, anders is het moeilijk te verklaren. Iedere gemeente stelt zijn eigen eisen en voorwaarden voor de medezeggenschap en in een aantal verordeningen zijn deze minimaal. Dus die garanties zijn bij een aantal gemeenten nagenoeg verdwenen, met alle mogelijke gevolgen van dien voor de medezeggenschap.

Instemmingsrecht

Over de invoering van het instemmingsrecht zijn de meningen verdeeld.
Sommige respondenten twijfelen of de cliëntenraad deze verantwoordelijkheid kan waarmaken gelet op hun verondersteld gebrek aan deskundigheid en professionaliteit. Volgens mij is dat een denkfout, want de kracht van de cliëntenraad is niet dat de raadsleden als (semi-)professionals meekijken, maar juist dat de raad door de ogen van de cliënt naar de adviesvragen kan kijken.
Ik kan me voorstellen dat op het niveau van de centrale cliëntenraad de eisen wat anders kunnen liggen, maar zeker voor lokale raden is de meerwaarde van een cliëntenraad het cliëntperspectief dat de raad inbrengt. In het rapport wordt gesproken van de spagaat tussen professionaliteit en representativiteit. In die spagaat wordt teveel gekozen voor professionaliteit. Maar zelfs voor de centrale cliëntenraad geldt dat de ervaringsdeskundigheid de kracht van de raad is. Een unieke deskundigheid die bij de andere partijen ontbreekt.

Informeel werkt beter
Een andere belangrijke conclusie uit het onderzoeksrapport is dat allerlei vormen van informele medezeggenschap veel meer opleveren dan de formele medezeggenschap van cliëntenraden. Dat zou pleiten voor keuzevrijheid bij de inrichting van medezeggenschap en meer ruimte voor informele vormen van medezeggenschap.
Volgens mij wordt er ook hier een denkfout gemaakt. Het lijkt alsof het informele doorslaggevend is, terwijl het echte verschil zit in de creativiteit die vaak wordt ingezet bij informele medezeggenschap. De uitdaging is om ruimte te geven aan die creativiteit binnen de formele medezeggenschap.

De hele zorgsector onderzocht
Het onderzoek is gedaan binnen de hele zorgsector. In het verslag wordt onderscheid gemaakt tussen de cure (ziekenhuizen en revalidatiecentra) en de care (GGZ en maatschappelijke opvang, verpleging en verzorging en de gehandicaptenzorg). Vanuit de care waren 6 instellingen betrokken, waarvan 2 instellingen voor mensen met een beperking.
Dat verklaart dat een aantal van de conclusies m.i. niet representatief zijn voor met name de zorg voor mensen met een beperking.
Voor die sector wil ik hieronder een aanzet doen tot een aantal aanvullende conclusies.

Voorwaarden voor medezeggenschap
In het rapport mis ik de expliciete aandacht voor de voorwaarden voor medezeggenschap. Er worden 2 punten genoemd:
Tijdige en toegankelijke informatieverschaffing wordt genoemd. Een terecht punt van aandacht.
En adequate (financiële) ondersteuning. Maar dat punt wordt niet verder uitgewerkt, behalve dan dat ergens in het rapport ambtelijke ondersteuning wordt benoemd. Dit terwijl in de praktijk de professionele (onafhankelijke) coach een onmisbare voorwaarde is voor cliëntmedezeggenschap. Dat blijkt ook uit het project ‘Meer meedoen’, een project van Koraal Groep en Gouverneur Kermers Centrum, waar de bijdrage van cliënten met een verstandelijke beperking aan collectieve medezeggenschap is onderzocht. De professionele ondersteuner levert een noodzakelijke procesmatige bijdrage aan cliëntmedezeggenschap.
Scholing van leden van cliëntenraden wordt in het verslag wel genoemd, maar is in het onderzoek niet meegenomen. Mijn ervaring is dat raden vaak hun rechten niet kennen en niet ontevreden zijn met hun positie totdat ze geïnformeerd worden over hun rechten. In bijna iedere cursus die ik geef, zijn raadsleden verbaasd over de rechten van de raad en de plichten van de zorgaanbieder. Niet alleen de raadsleden maar ook de managers hebben die les nog te leren.

Samenstelling van cliëntenraden
Het onderzoeksverslag besteedt geen aandacht aan de samenstelling van de cliëntenraden. Een punt dat in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking er echt toe doet. ‘In een aantal gevallen nemen familieleden en verwanten over omdat cliënten niet altijd in staat zijn zelf op te komen voor hun belangen’, zo meldt het verslag. Maar er is geen aandacht voor de vraag welk deel van de medezeggenschap cliënten zelf kunnen invullen en wie bepaalt of cliënten dat zelf kunnen. Dat is te begrijpen in het grote geheel van dit onderzoek, maar een gemis voor de cliëntmedezeggenschap in de zorg voor mensen met een beperking. Ook dat is terug te lezen in het eindverslag van het project ‘Meer meedoen’.

Nu ik er zo over na denk,…. ik zal deze blog ook maar naar Tweede Kamer opsturen.

Loes den Dulk

Lees hier het hele rapport ‘Medezeggenschap op maat’

Cliëntmedezeggenschap onderzocht

Aandacht voor medezeggenschap
De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) wordt binnenkort aangepast. Ter voorbereiding heeft het Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport het Verweij-Jonker instituut de opdracht gegeven de medezeggenschap van cliënten in de zorg te onderzoeken.
Het onderzoeksrapport is inmiddels naar de Tweede Kamer verstuurd. Ik heb eerlijk gezegd weinig nieuws gelezen in de resultaten en conclusies. Maar goed, een onderzoek maakt die resultaten betrouwbaarder. Als ik het zou gaan vertellen op het ministerie, komt het waarschijnlijk toch niet over.

Onmisbare wettelijke garantie
Een mooie conclusie is dat de WMCZ fungeert als onmisbare wettelijke garantie voor medezeggenschap in de zorg. In het rapport niet benoemd, maar wat mij daarbij opvalt, is dat de wetgever die onmisbare wettelijke garantie voor WMO zorg en ondersteuning wel heeft losgelaten. Dit is kennelijk onder invloed van de decentralisaties gebeurd, anders is het moeilijk te verklaren. Iedere gemeente stelt zijn eigen eisen en voorwaarden voor de medezeggenschap en in een aantal verordeningen zijn deze minimaal. Dus die garanties zijn bij een aantal gemeenten nagenoeg verdwenen, met alle mogelijke gevolgen van dien voor de medezeggenschap.

Instemmingsrecht

Over de invoering van het instemmingsrecht zijn de meningen verdeeld.
Sommige respondenten twijfelen of de cliëntenraad deze verantwoordelijkheid kan waarmaken gelet op hun verondersteld gebrek aan deskundigheid en professionaliteit. Volgens mij is dat een denkfout, want de kracht van de cliëntenraad is niet dat de raadsleden als (semi-)professionals meekijken, maar juist dat de raad door de ogen van de cliënt naar de adviesvragen kan kijken.
Ik kan me voorstellen dat op het niveau van de centrale cliëntenraad de eisen wat anders kunnen liggen, maar zeker voor lokale raden is de meerwaarde van een cliëntenraad het cliëntperspectief dat de raad inbrengt. In het rapport wordt gesproken van de spagaat tussen professionaliteit en representativiteit. In die spagaat wordt teveel gekozen voor professionaliteit. Maar zelfs voor de centrale cliëntenraad geldt dat de ervaringsdeskundigheid de kracht van de raad is. Een unieke deskundigheid die bij de andere partijen ontbreekt.

Informeel werkt beter
Een andere belangrijke conclusie uit het onderzoeksrapport is dat allerlei vormen van informele medezeggenschap veel meer opleveren dan de formele medezeggenschap van cliëntenraden. Dat zou pleiten voor keuzevrijheid bij de inrichting van medezeggenschap en meer ruimte voor informele vormen van medezeggenschap.
Volgens mij wordt er ook hier een denkfout gemaakt. Het lijkt alsof het informele doorslaggevend is, terwijl het echte verschil zit in de creativiteit die vaak wordt ingezet bij informele medezeggenschap. De uitdaging is om ruimte te geven aan die creativiteit binnen de formele medezeggenschap.

De hele zorgsector onderzocht
Het onderzoek is gedaan binnen de hele zorgsector. In het verslag wordt onderscheid gemaakt tussen de cure (ziekenhuizen en revalidatiecentra) en de care (GGZ en maatschappelijke opvang, verpleging en verzorging en de gehandicaptenzorg). Vanuit de care waren 6 instellingen betrokken, waarvan 2 instellingen voor mensen met een beperking.
Dat verklaart dat een aantal van de conclusies m.i. niet representatief zijn voor met name de zorg voor mensen met een beperking.
Voor die sector wil ik hieronder een aanzet doen tot een aantal aanvullende conclusies.

Voorwaarden voor medezeggenschap
In het rapport mis ik de expliciete aandacht voor de voorwaarden voor medezeggenschap. Er worden 2 punten genoemd:
Tijdige en toegankelijke informatieverschaffing wordt genoemd. Een terecht punt van aandacht.
En adequate (financiële) ondersteuning. Maar dat punt wordt niet verder uitgewerkt, behalve dan dat ergens in het rapport ambtelijke ondersteuning wordt benoemd. Dit terwijl in de praktijk de professionele (onafhankelijke) coach een onmisbare voorwaarde is voor cliëntmedezeggenschap. Dat blijkt ook uit het project ‘Meer meedoen’, een project van Koraal Groep en Gouverneur Kermers Centrum, waar de bijdrage van cliënten met een verstandelijke beperking aan collectieve medezeggenschap is onderzocht. De professionele ondersteuner levert een noodzakelijke procesmatige bijdrage aan cliëntmedezeggenschap.
Scholing van leden van cliëntenraden wordt in het verslag wel genoemd, maar is in het onderzoek niet meegenomen. Mijn ervaring is dat raden vaak hun rechten niet kennen en niet ontevreden zijn met hun positie totdat ze geïnformeerd worden over hun rechten. In bijna iedere cursus die ik geef, zijn raadsleden verbaasd over de rechten van de raad en de plichten van de zorgaanbieder. Niet alleen de raadsleden maar ook de managers hebben die les nog te leren.

Samenstelling van cliëntenraden
Het onderzoeksverslag besteedt geen aandacht aan de samenstelling van de cliëntenraden. Een punt dat in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking er echt toe doet. ‘In een aantal gevallen nemen familieleden en verwanten over omdat cliënten niet altijd in staat zijn zelf op te komen voor hun belangen’, zo meldt het verslag. Maar er is geen aandacht voor de vraag welk deel van de medezeggenschap cliënten zelf kunnen invullen en wie bepaalt of cliënten dat zelf kunnen. Dat is te begrijpen in het grote geheel van dit onderzoek, maar een gemis voor de cliëntmedezeggenschap in de zorg voor mensen met een beperking. Ook dat is terug te lezen in het eindverslag van het project ‘Meer meedoen’.

Nu ik er zo over na denk,…. ik zal deze blog ook maar naar Tweede Kamer opsturen.

Loes den Dulk

Lees hier het hele rapport ‘Medezeggenschap op maat’

missie

Raad op Maat werkt voor en met iedereen die betrokken is bij zeggenschap en rechten van mensen met een beperking. Zo maken we cliënten sterker en bouwen we mee aan zorginstellingen waar cliënten echt tot hun recht komen. De stem van cliënten klinkt door in alles wat we doen.
closearrow-circle-o-downmap-markerenvelopemobileellipsis-v linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram