Afhankelijk zijn van je ouders, wie wil dat (nu niet)?

20 februari 2014
Loes den Dulk

Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving is het al veel besproken devies van het Kabinet. En als uitgangspunt klinkt dat prima. Want wie wil er nu niet zelf doen wat hij of zij zelf kan? Mensen met een beperking weten wat het is om afhankelijk te zijn van anderen en de meesten proberen die afhankelijkheid tot een minimum te beperken. En natuurlijk is het fijner als je partner, familielid, vriend of vriendin je helpt, dan dat een wildvreemde dat komt doen.

Maar of dat voor mensen met een lichamelijk of verstandelijke beperking ook in alle gevallen zo logisch is, durf ik te betwijfelen.

Natuurlijk geldt ook voor hen dat het goed is om zelf te doen wat je zelf kunt doen. Maar voor dat wat ze niet zelf kunnen doen worden ze in plaats van van professionals, straks afhankelijk van de mensen in hun netwerk. En altijd afhankelijk zijn van je netwerk, is niet zo prettig. Het betekent voor jongeren met een beperking waarschijnlijk in veel gevallen dat ze bij hun ouders blijven wonen. Veel langer dan ze misschien zouden willen en vaak veel langer dan goed voor ze is.

Ik heb heel veel respect voor ouders die de zorg voor hun gehandicapte kind, ook zonder door wetgeving ingegeven noodzaak, met veel liefde en toewijding op zich nemen. Maar ik vraag me af of het voor jongeren met een beperking zo goed is om bij je ouders te blijven wonen.
De meeste jongeren zonder beperking gaan ergens tussen hun 16de en 22ste het huis uit. Ze maken zich los van hun ouders en ontwikkelen zich met het nodige vallen en opstaan tot zelfstandige, verantwoordelijke individuen.
Voor veel mensen met een verstandelijke beperking verloopt die ontwikkeling niet zo vanzelfsprekend. Zij blijven in veel gevallen voor een deel afhankelijk van ondersteuning om hun leven op de goede manier in te vullen. En die ondersteuning komt van het eigen netwerk.

Mijn zorg is dat jongeren de fase van het actieve volwassen leven overslaan omdat ze met hun ouders meegaan in de fase van bejaard zijn.

Mijn zorg is dat ouders, vanuit hun grenzeloze betrokkenheid, kiezen voor veiligheid voor hun kind en allerlei risico’s liever uit de weg gaan. Ergens ervaring mee opdoen betekent risico’s lopen. Ervaringen die misschien wel positief zijn voor de ontwikkeling en ontplooiing, maar in de ogen van de ouders al te snel risicovol zijn

Begrijp me goed, ik heb heel veel respect voor die ouders die hun eigen leven opzij zetten om hun kind de beste zorg te geven. Maar of ouders die rol goed kunnen invullen is mijn vraag. Het je los maken van je ouders is een belangrijke stap in je ontwikkeling. Het opent de poort naar die ervaringen die bij volwassenheid horen. Met dat mooie concept van participatiesamenleving zouden we wel eens de poort naar die ervaring kunnen gaan afsluiten. Mensen met een beperking kunnen die keuze straks niet meer maken.

De vraag wordt hoe jongeren met een beperking zich los kunnen maken van hun ouders terwijl ze voor hun ondersteuning wel in min of meerdere mate afhankelijk blijven van hun ouders. En hoe ouders hun kind kunnen loslaten op weg naar volwassenheid terwijl ze wel de noodzakelijke ondersteuning blijven geven. Een enorme uitdaging voor beide partijen!

Hoe dan ook: ik zal scherp opletten tot welke participatiesamenleving dit leidt.

Loes den Dulk

20 februari 2014

Afhankelijk zijn van je ouders, wie wil dat (nu niet)?

Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving is het al veel besproken devies van het Kabinet. En als uitgangspunt klinkt dat prima. Want wie wil er nu niet zelf doen wat hij of zij zelf kan? Mensen met een beperking weten wat het is om afhankelijk te zijn van anderen en de meesten proberen die afhankelijkheid tot een minimum te beperken. En natuurlijk is het fijner als je partner, familielid, vriend of vriendin je helpt, dan dat een wildvreemde dat komt doen.

Maar of dat voor mensen met een lichamelijk of verstandelijke beperking ook in alle gevallen zo logisch is, durf ik te betwijfelen.

Natuurlijk geldt ook voor hen dat het goed is om zelf te doen wat je zelf kunt doen. Maar voor dat wat ze niet zelf kunnen doen worden ze in plaats van van professionals, straks afhankelijk van de mensen in hun netwerk. En altijd afhankelijk zijn van je netwerk, is niet zo prettig. Het betekent voor jongeren met een beperking waarschijnlijk in veel gevallen dat ze bij hun ouders blijven wonen. Veel langer dan ze misschien zouden willen en vaak veel langer dan goed voor ze is.

Ik heb heel veel respect voor ouders die de zorg voor hun gehandicapte kind, ook zonder door wetgeving ingegeven noodzaak, met veel liefde en toewijding op zich nemen. Maar ik vraag me af of het voor jongeren met een beperking zo goed is om bij je ouders te blijven wonen.
De meeste jongeren zonder beperking gaan ergens tussen hun 16de en 22ste het huis uit. Ze maken zich los van hun ouders en ontwikkelen zich met het nodige vallen en opstaan tot zelfstandige, verantwoordelijke individuen.
Voor veel mensen met een verstandelijke beperking verloopt die ontwikkeling niet zo vanzelfsprekend. Zij blijven in veel gevallen voor een deel afhankelijk van ondersteuning om hun leven op de goede manier in te vullen. En die ondersteuning komt van het eigen netwerk.

Mijn zorg is dat jongeren de fase van het actieve volwassen leven overslaan omdat ze met hun ouders meegaan in de fase van bejaard zijn.

Mijn zorg is dat ouders, vanuit hun grenzeloze betrokkenheid, kiezen voor veiligheid voor hun kind en allerlei risico’s liever uit de weg gaan. Ergens ervaring mee opdoen betekent risico’s lopen. Ervaringen die misschien wel positief zijn voor de ontwikkeling en ontplooiing, maar in de ogen van de ouders al te snel risicovol zijn

Begrijp me goed, ik heb heel veel respect voor die ouders die hun eigen leven opzij zetten om hun kind de beste zorg te geven. Maar of ouders die rol goed kunnen invullen is mijn vraag. Het je los maken van je ouders is een belangrijke stap in je ontwikkeling. Het opent de poort naar die ervaringen die bij volwassenheid horen. Met dat mooie concept van participatiesamenleving zouden we wel eens de poort naar die ervaring kunnen gaan afsluiten. Mensen met een beperking kunnen die keuze straks niet meer maken.

De vraag wordt hoe jongeren met een beperking zich los kunnen maken van hun ouders terwijl ze voor hun ondersteuning wel in min of meerdere mate afhankelijk blijven van hun ouders. En hoe ouders hun kind kunnen loslaten op weg naar volwassenheid terwijl ze wel de noodzakelijke ondersteuning blijven geven. Een enorme uitdaging voor beide partijen!

Hoe dan ook: ik zal scherp opletten tot welke participatiesamenleving dit leidt.

Loes den Dulk

20 februari 2014

missie

Raad op Maat werkt voor en met iedereen die betrokken is bij zeggenschap en rechten van mensen met een beperking. Zo maken we cliënten sterker en bouwen we mee aan zorginstellingen waar cliënten echt tot hun recht komen. De stem van cliënten klinkt door in alles wat we doen.
closearrow-circle-o-downmap-markerenvelopemobileellipsis-v linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram